|
|
Wim Rougoor Natuurgeluiden door de seizoenen heenvogelsHoewel u misschien anders zou verwachten is de zomer niet echt de meest
geschikte periode om vogelzang op te nemen. Velen zijn eerst nog druk bezig een
(tweede) nest met jongen groot te brengen en daarna komt al snel de rui en de
tijd om niet (meer) op te vallen. Hard werken dus. Voldoende voedsel vergaren. zoogdiereninsecten
De roepzang van de veldkrekel bestaat uit een snelle opeenvolging van welluidende, trillende echemes (echeme; spreek uit: iekiem). Het tempo varieert van 2 tot 5 echemes per seconde, afhankelijk van de temperatuur. De relatie tussen temperatuur en het tempo is bij dit insect zodanig dat een roepende veldkrekel bijna als thermometer te gebruiken is. Eén echeme klinkt ongeveer als 'kri'. De toonhoogte ligt rond de 4,5 - 5 kHz (muzieknoot C5). Het zijn trouwens alleen de mannetjes die muziek maken, vrouwtjes zingen niet. Voor leken zijn geluiden van krekels en sprinkhanen allemaal hetzelfde. Toch is er een groot verschil en dat is makkelijk te leren. Krekels zijn muzikaler, melodieuzer. Als u alleen 'gerasp' hoort dan is het een sprinkhaan, hoort u ook een toon, dan is het een krekel. Deskundigen spreken bij de zang van deze dieren meestal over 'striduleren'. De insecten hebben op hun vleugels of poten een 'stridulatie-apparaat', bestaande uit een soort rasp met allemaal fijne tandjes waarover een plectrum wordt gehaald. Officieel heet de veldkrekel Gryllus campestris. Het is een robuuste zwarte of zwartbruine krekel die in zelfgemaakte holletjes woont, op droge heideterreinen, stuifzanden en kapvlakten. Het mannetje kan ongeveer 2,5 cm lang worden. Het vrouwtje (dat zie je in de natuur wel vaker) kan ietsje iets groter worden, maar bij deze soort scheelt dat niet meer dan 1 millimeter. Vroeger waren veldkrekels op veel plaatsen in Zuid- en Oost-Nederland te horen, maar tegenwoordig is hun aanwezigheid vrijwel beperkt tot een aantal grotere heideterreinen in Brabant, Limburg en op de Veluwe. De reden van de achteruitgang zal veel natuurliefhebbers bekend voorkomen, want diezelfde reden geldt voor heel veel planten en dieren: de biotopen voor de soort verdwijnen of nemen in omvang af. Heide en stuifzand zijn nog wel te vinden, maar de gebieden raken geďsoleerd. De veldkrekel kan zich vaak nog wel een tijd handhaven, maar op langere termijn zijn kleine populaties gedoemd tot uitsterven. Aan de andere kant blijkt de veldkrekel zich onder gunstige omstandigheden ook weer zeer snel te kunnen herstellen. Na een warme zomer en een koude winter bleek een bekende populatie zich van 200 naar 25.000 individuen vermeerderd te hebben. Voor de veldkrekel ligt Nederland aan de rand van zijn verspreidingsgebied. De noordelijke grens loopt van Zuid-Engeland via ons land over Noord-Duitsland en Polen. Zijn zuidgrens loopt ongeveer langs de Middellandse Zee. Kort gezegd: tussen de 35 graden en 60 graden noorderbreedte. Het vrouwtje legt in totaal ca. 200 eitjes, in groepen van 20 tot 40. Binnen enkele weken ontwikkelen die zich tot nymfen. Die nymfen zijn jongen die al sterk lijken op de volgroeide dieren, maar ze moeten eerst nog een aantal vervellingen doormaken voordat ze echt volwassen zijn. Bij deze soort zijn dat zo'n tien tot twaalf vervellingen. De jongste nymfen leven vrij tussen de vegetatie, waarbij ze vooral in de eerste drie stadia op open plekken in groepen bij elkaar zitten. Vanaf ongeveer het zesde stadium graven ze met de kaken een holletje of ze openen een oude ingang. In oktober of november sluiten ze hun woning af en tegen eind maart kunnen de nymfen al weer zonnend of grazend voor de ingang van hun hol gezien worden. De laatste twee vervellingen vinden in april en mei plaats. En dan bereikt het dier het stadium van imago (zo heet bij insecten het volwassen dier). Die volwassenen leven in Nederland zo ongeveer in de maanden mei tot en met augustus. Dan is dus dat zomerse geluid te horen.
landschappen |
Web Published: 19-09-1996 «·» Page Update: 14-12-2006 «·» © CNR/rdw |