CNR-logo

Meer over de website ] de hobby ] de club ] de leden ] de teksten ] de weblinks ]

 

leuke nieuwtjes

 

Start
Terug

 

Voor onze jubileum CD klik hier

Nachtegaalzang - Vervuiling verbetert zangtalent - Boomklever is luistervink - Vogels in de stad - Spreeuwen kennen grammatica - Vogels en GSM - Kreeften op viool - Uilen met Dolby - Bultrug scoort hit - Turkse tortel taal

Watersnip gonst met zijn staart

Onderzoekers uit Manchester hebben het geheim van het gonzen van de Watersnip ontrafeld. Het mannetje Watersnip laat zich tijdens de baltsvlucht van flinke hoogte naar beneden vallen en produceert daarbij een karakteristiek geluid. Met behulp van snelle video-opnamen en proeven in een windtunnel is nu aangetoond dat hij het vermogen dankt aan de zeer afwijkende vormgeving van de buiten staartveren. In een flinke luchtstroom wapperen en klapperen die als een vlag.

Bron: Vogeljaar 58 (4) 2010

Veldleeuwerik zingt plat

Veldleeuweriken die hun territoria bij elkaar in de buurt hebben, zingen een lokaal dialect. Hun zang lijkt meer op die van elkaar, dan de zang van veldleeuweriken die elders nestelen. Volgens onderzoekster Elodie Briefer van Queen Mary University of London, kunnen veldleeuweriken hierdoor heel snel ‘vrienden’ van ‘vijanden’ onderscheiden. Vrienden zijn in dit geval veldleeuweriken uit aangrenzende territoria; als die een keertje langsvliegen, is dat geen probleem.

‘Vijanden’ zijn indringers van buitenaf. Als die te dichtbij komen, wordt de aanval ingezet. Briefer vergeleek in haar onderzoek de syllabes van de veldleeuweriken. Hun zang kan uit meer dan 300 verschillende syllabes bestaan. De veldleeuwerikenzang behoort daarmee tot de meest complexe in de vogelwereld. De vogels waarvan de territoria aan elkaar grensden, deelden meer syllabes met elkaar dan met indringers.

Bron: Vogels 2010

Nachtegaalzang werkt 's nachts het best

Het maakt verschil of Nachtegalen 's nachts zingen of overdag

Als mannelijke Nachtegalen ’s nachts zingen, trekken vrouwtjes eropuit om hun zangkunst te beoordelen. Als diezelfde Nachtegalen hun lied ’s ochtends vroeg aanheffen, krijgen zij van de vrouwtjes geen aandacht. Dan reageren andere nachtegaalmannetjes op het gezang die proberen hun territorium in te nemen. Vrouwelijke Nachtegalen blijken vooral ’s nachts actief: tussen één en vier uur vliegen zij bijna een kilometer. De rest van de dag zitten ze stil. Dit blijkt uit onderzoek aan gezenderde dieren in de Elzas door een internationaal team van ecologen.  

Bron: Proc. of the Royal Society B. 2009   

Vervuiling verbetert zangtalent

Mannelijke spreeuwen die op stortplaatsen wormen uit de grond prikken, blijken mooier te kunnen zingen.

Wormen die op afvalstortplaatsen leven zijn vaak ‘besmet’ met gifstoffen die sterk lijken op oestrogenen. Nadat ze de precieze aard van de stoffen hadden achterhaald, gingen Britse gedragsecologen na welke invloed deze oestrogeenachtige substanties hebben op het zangtalent van Europese spreeuwen (Sturnus vulgaris). Ze gaven een groep mannelijke spreeuwen daarom een tijdje vervuilde wormen te eten, terwijl een ‘controlegroep’ normale wormen voorgeschoteld kreeg. Na dissectie bleek dat bij de eerste groep het gebied in de hersenen dat zingen controleert, aanzienlijk groter was geworden. Bovendien zongen deze mannetjes niet alleen langer, maar produceerden ze ook veel complexere geluiden. De vrouwelijke spreeuwen bleken niet ongevoelig voor hun verbeterd zangtalent: ze prefereerden de ‘vervuilde’ mannetjes steevast boven de spreeuwen uit de controlegroep.

Maar de gifstoffen veroorzaken natuurlijk wel schade aan de gezondheid: het immuunsysteem van mannetjes bleek er op de duur erg door verzwakt. De Britse onderzoekers vrezen nu dat de vrouwelijke spreeuwen en masse ongezonde mannetjes gaan verkiezen – omwille van hun zangtalent – boven gezonde soortgenoten. Met dramatische gevolgen op lange termijn voor de hele spreeuwenpopulatie. Welke invloed de vervuiling precies heeft op de vrouwelijke spreeuwen, is minder duidelijk, hoewel sommige wijfjes begonnen te zingen net als de mannetjes, termijl ze dit normaliter nooit doen. – SST

Bron: Shai Markman, Cardiff University, Wales-UK, Vk, Februari 2008

Boomklever is luistervink

De Canadese boomklever heeft de code van de alarmroep van de Amerikaanse matkop gekraakt. Dat is erg handig, want de noodkreet van een matkop bevat een schat aan informatie over naderende roofdieren.

Dieren reageren vaak op de alarmroep van andere soorten. Maar de Canadese boomklever gaat nog een stapje verder. Deze vogel heeft geleerd de waarschuwingsroep van de Amerikaanse matkop te interpreteren, zo rapporteert gedragsonderzoeker Christopher Templeton in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. De kreet van een matkop bevat allerlei informatie over gevaren. Door goed te luisteren naar de roep van de matkop leert de boomklever niet alleen of er roofdieren in de buurt zijn, maar kan hij ook hun grootte te weten komen.

En dat kan levensreddende informatie zijn. Het aantal die's in de chick-a-die-die roep van de matkop geeft de grootte van het roofdier aan en dus de mate van gevaar. Een Amerikaanse oehoe is groot en log, en levert weinig die's op. De kleine en snelle dwerguil is veel gevaarlijker en krijgt maar liefst 23 die's.

Matkopjes en boomklevers worden door dezelfde roofdieren bedreigd en reageren grofweg hetzelfde op gevaar. Voor de oehoe vliegen ze weg, maar een dwerguil proberen ze te verjagen. Templeton speelde matkopgeluiden af onder een boom vol boomklevers. Een alarmroep voor een klein roofdier zorgde voor een collectieve actie onder de vogels, die woest fladderend de speaker probeerden te verjagen. Omdat matkopjes en boomklevers zeer verschillende alarmroepen hebben, vermoedt Templeton dat dit gedrag aangeleerd is.

Bron: VPRO Noorderlicht, 20-3-2007

Stadsmezen zingen een toontje hoger

Stadse koolmezen zingen hoger en sneller dan soortgenoten in het bos. Anders komen ze niet boven de herrie uit. Het is een kwestie van overleven, schrijven de Leidse biologen Hans Slabbekoorn en Adrie den Boer-Visser vandaag in het online vakblad Current Biology. Koolmezen gebruiken hun zang om een partner te vinden en hun territorium af te bakenen. Dan is het van belang om gehoord te worden: in een stad met veel laagtonig achtergrondgeruis moet de mees de toonhoogte en het tempo van zijn melodie daarom wat opschroeven. Dat hadden de biologen een paar jaar geleden aan de koolmezen in hun eigen Leiden al ontdekt, maar toen hadden ze alleen stadse mezen uit rustige en drukke wijken met elkaar vergeleken. Voor het nieuwe onderzoek zijn de biologen naar tien grote Europese steden en de nabijgelegen bossen gegaan. Van Londen tot Parijs bleek de koolmees in de stad hoger te zingen dan zijn kompanen in de vrije natuur. Het is voor hen het bewijs dat de omgeving voor een groot deel de zang bepaalt. De koolmees is zeer succesvol in steden: deze vogel heeft van nature een uitgebreid zangrepertoire en is daarom goed in staat zich aan de moderne, rumoerige tijden aan te passen. Dat geldt niet voor alle vogels. Met name bijzondere types hebben deze flexibiliteit niet. Zij zijn gedwongen de steden te verlaten en stille oorden op te zoeken. Wat in alle steden op de wereld overblijft, zijn die paar soorten die gemakkelijk een toontje hoger zingen. 

Bron: Trouw, 5 december 2006

Spreeuwen kennen grammatica

Spreeuwen hebben gevoel voor grammatica. Ze kunnen bepaalde ‘zinsconstructies’ herkennen en daar gericht op reageren. Een team van psychologen en biologen onder leiding van Daniel Margolias van de universiteit van Chicago is daar achter gekomen. De onderzoekers maakten klankcombinaties van acht ‘ratel’- en acht ‘jodel’-motieven. Daarbij volgden ze twee verschillende soorten grammaticaregels. De klankcombinatie ‘ratel-ratel-jodel-jodel’ kent een andere grammatica dan de combinatie ‘ratel-jodel-ratel-jodel’.

De vogels werden tijdens het onderzoek verdeeld in twee groepen die ieder beloond werden voor het herkennen van één soort grammatica. Bij het horen van de juiste grammatica moesten zij een hendeltje naar beneden duwen, waarna ze een voedselbeloning kregen. Van de elf spreeuwen die aan het onderzoek deelnamen, leerden er uiteindelijk negen het onderscheid tussen de twee grammaticavormen te herkennen. De wetenschappers leiden hieruit af dat vogelhersenen veel complexer zijn dan werd gedacht.

Bron: Nature, mei 2006 

Vogels zingen GSM feilloos na

Sinds de enorme toename van GSM telefoons en speciaal de mogelijkheid om de oproeptonen naar eigen smaak aan te passen is ook het repertoire van enkele zangvogels toegenomen. Het zijn tot nu toe voornamelijk Spreeuwen, Merels, Spotvogels en Bosrietzangers die nu ook deze modernere melodieën ten gehore brengen. In Engeland zijn het vooral de Spreeuwen, Zanglijsters en Merels die modern doen. Meer over dergelijk imitatietalent van zangvogels. 

Kreeften spelen viool

Het is u wellicht bekend dat Kreeften gillen wanneer ze in een pan met kokend water worden gedompeld. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat ze ook viool kunnen spelen. Wanneer er namelijk gevaar dreigt wrijven enkele kleine kreeftensoorten met een 'snaar' op een van hun uitsteeksels over een zachte plek onder hun oog. Met behulp van een hydrofoon werd daarop een raspend geluid waargenomen. Het blijkt een onaangenaam geluid te zijn want de meeste vijanden schijnen daarop geen lust meer te hebben om de strijd nog verder aan te binden. De methode van geluidsproductie lijkt veel op die van krekels en sprinkhanen. 

Uilen gebruiken surround geluid

Niet alleen bioscoopfilms en DVD's worden geleverd met Dolby Surround geluid. Ook uilen beschikken over deze geavanceerde geluidstechniek. Biologen verbonden aan het California Institute of Technology hebben dit ontdekt. Uilen gebruiken de waarneming van 'surround sound' om hun prooi te kunnen vangen. Zelfs in het donker zijn de rovers in staat hun prooi te lokaliseren door een geavanceerde berekening van geluidssignalen in de hersenen. Het gepiep en geritsel van een muis wordt vastgelegd in een tweedimensionale geluidskaart. Hierdoor is de uil in staat om zijn klauwen feilloos in de juiste richting uit te slaan. Ook de mens maakt gebruik van een soortgelijk systeem om geluid te lokaliseren, maar dit proces is tot nu toe slecht begrepen. Om te onderzoeken hoe uilen hun prooi zo exact kunnen vinden is de reactie op geluidsprikkels gevolgd van veertien Kerkuilen. Opnamen van de hersenen tonen aan dat het gehoorsysteem van de uil een gedetailleerde plattegrond maakt op basis van de binnenkomende geluiden. De uil vermenigvuldigt de opgevangen signalen en zo ontstaat een preciezere aanduiding van plaats en tijd. 

Bultrug scoort nieuwe hit

Het gezang van de Bultrug walvissen voor de oostkust van Australië is binnen een paar jaar tijd ingrijpend veranderd. Waarschijnlijk hebben ze hun nieuwe 'hit' geleerd van soortgenoten uit een andere populatie. Tot deze conclusie komen Australische onderzoekers na het beluisteren van de geluiden die de mannetjes 'zingen' gedurende de jaarlijkse trek naar en van hun paargebieden. Dieren uit één populatie stoten normaal allemaal hetzelfde liedje uit. In 1996 bleken echter 2 van de 82 geregistreerde dieren een geheel ander deuntje te zingen. Een jaar later was op de heenweg naar de paargronden al één op de drie dieren bezweken voor het nieuwe lied en op de terugweg zongen ze het bijna allemaal. In 1998 was de oude melodie geheel verdwenen. 
Het nieuwe lied lijkt sprekend op dat van de Bultrug mannetjes van een geheel andere populatie, namelijk op die van de westkust van Australië. De onderzoekers vermoeden dan ook dat enkele dieren de overstap van west naar oost gemaakt hebben. Hún lied leidde dus tot een revolutie bij hun nieuwe populatiegenoten. Kennelijk zijn ook Bultruggen erg gevoelig voor nieuwigheidjes.
Dergelijk gedrag is ook van andere dieren bekend zoals bijvoorbeeld onze Merel. De reikwijdte van walvissen is echter vele malen groter als die van een standvogel. 

Ook in een ander opzicht scoorde de Bultrug een hit want de 'Songs of the Humpback-whale' - verkrijgbaar zowel op LP als ook CD - is één van de best verkochte producties met geluiden uit de natuur qua aantallen.

Turkse tortels

Hans Slabbekoorn in Leiden is gespecialiseerd in de taal van de Turkse tortels. Hij onderzoekt met geluidsapparatuur en computers de verschillen in geluid die de vogels voortbrengen. Er ligt ook heel wat laboratoriumwerk aan ten grondslag, maar het gewone 'handwerk' vindt plaats op straat. Een aantal keren per week trekt hij een Leidse villawijk in en confronteert de duiven met geluiden die hij eerder heeft opgenomen. De duiven reageren op hele kleine nuances in de geluidsweergave die voor mensen nauwelijks waar te nemen zijn. Als ze het geluid horen van hun vertrouwde buurman dan reageren ze niet echt, maar het geluid van een wildvreemde duif kan ze buiten zinnen brengen. Ook de koeren van de afspeelapparatuur worden herkend als een echte indringer. Luid koerend voeren ze schijnaanvallen uit op de luidsprekers.

Zijn onderzoek heeft uitgewezen dat er 3 typen koeren zijn: het postkoeren, het nestkoeren en het buigkoeren. Het postkoeren doet een doffer (mannetjesduif) om zijn territorium af te bakenen. Hij kiest hiervoor meestal een schoorsteen, een lantaarnpaal of een boom van waaruit hij de omgeving kan overzien. Meteen als hij neerstrijkt maakt hij met een post-roekóékoe duidelijk dat hij gearriveerd is. Hij geeft hiermee te kennen dat het gebied van hem is en dat indringers zijn gewaarschuwd. Mocht een andere doffer toch zo brutaal zijn om in zijn territorium binnen te dringen dan duikt hij met een schreeuw op de indringer af en probeert hem te verjagen. Als dat niet lukt is er herrie in de tent. Ze delen meppen uit met de voorkant van hun vleugels en kunnen elkaar behoorlijk toetakelen. Daarom is het voor de vogel handig om van tevoren te weten hoe sterk de tegenstander is. Het blijkt dat de Turkse tortels uit het koeren van een tegenstander diens kracht kunnen taxeren. Het postkoeren kent namelijk variaties die alleen door sterke volwassen mannetjes geproduceerd kunnen worden.

Het nestkoeren heeft alles met de voortplanting te maken. Zowel het mannetje als het vrouwtje brengen elkaar in de stemming om een nest te bouwen. Ook blijkt dat het vrouwtje door het nestkoeren geprikkeld wordt om eerder eieren te leggen. Er is dan een slonzig nest gebouwd door een aantal takken op een boomtak draperen. Bij een beetje harde storm waaien ze met nest en al uit de boom en dan moet de hele cyclus weer opnieuw beginnen. Turkse tortels zijn ook niet voor niets van februari tot september bezig met het nestelen. Omdat de kans groot is dat er iets misgaat produceren ze maximaal twee eieren per keer en proberen het snel weer opnieuw als wind of eksters de boel verstoren. Door een langere broedperiode te hebben dan de meeste andere vogels spreiden ze het risico.

Het buigkoeren kan worden gezien als het op de spits drijven van een confrontatie. De koerende mannetjes naderen hierbij al buigend een vrouwtje of een ander mannetje. Bij een vrouwtje betreft het een liefdesverklaring waarin alle kracht en stoerheid in de koeren wordt gestopt om indruk op haar te maken. Indien de buigkoeren gericht zijn naar een ander mannetje dan kunnen er maar twee dingen gebeuren: of deze man kiest zo snel mogelijk de wieken of er komt grote heibel. De variaties in toonhoogtes bij het koeren brengen daarbij wederom de boodschap over dat er niet valt te sollen!

 

 

Page Update: 16-01-2011 «·» © CNR/rdw